vrijdag 14 oktober 2011

De maker






De ware dichter is geen hogepriester van de Schoonheid, maar een werkman/vrouw, die met taal iets maakt, dat we een gedicht noemen, zoals een timmerman van hout een kastje maakt met laden die zoevend geopend en gesloten kunnen worden. Of de timmerman goed is, blijkt uit zijn werkstuk, niet uit zijn snoevende woorden, zijn negentiende eeuwse kleding, zijn drinkgedrag, zijn hippe vrienden of vriendinnen, zijn pr-kwaliteiten.
Een dichter moet zijn gereedschap kennen. Hij construeert het gedicht bewust, al wordt hij geleid - voor een deel althans - door onbewuste drijfveren en al lijkt het soms dat gedachten worden ingeblazen door de heilige geest van de poëzie.
Een dichter vergeleek het schrijven van zijn gedichten eens met het opdoemen van vlekken in een donkere kamer op het fotopapier. Hij wist op een niet uit te leggen manier dat een bepaalde vlek bij regel drie hoorde, een andere bij vijf en weer andere vlekken bij een tweede strofe. Het opvullen van het samenhangende geheel was gewoon hard werken: proberen, schrappen, herstellen en tenslotte weg van het beeld, luisteren naar de klank. Isolatie is van het grootste belang, dat wil zeggen weglaten wat redundant is. Een geslaagde regel kon het gevolg zijn van passen en meten of werd hem 'geschonken' door de muze, zijn onbewuste, zijn intuïtie.

Kun je ook schrijven in opdracht? Nijhoff loopt de keuken in en vraagt aan zijn vrouw - hij schaamt zich voor zijn vraag -: 'waarover wil je dat ik schrijf?'. Zij giet druppelend water op de koffie en zegt: 'ik weet het niet.' En daarmee had Nijhoff zijn onderwerp. Hij noemde het gedicht 'Impasse'. (In een latere versie staat als antwoord: 'een nieuw bruiloftslied.' Vond de dichter dat te sentimenteel, te obligaat of te persoonlijk? Het leek al op een impasse. ) Hij isoleerde het moment van de vraag en het antwoord, zo klein, zo schijnbaar alledaags, maar het werd iets met een zeer wijde strekking.

Vestdijk vertelt in zijn laatste lezing voor medegevangenen in St. Michielsgestel over hoe een gedicht gemaakt wordt. Het is een kwestie van isoleren. Om dat te verduidelijken besluit hij een sonnet te schrijven en de stappen die hij zet toe te lichten. Hij doet inspiratie op door te wandelen op het sportveld van het complex. Het viel hem op dat hij als gevolg van het vallen van de bladeren veel meer van de omgeving kon zien dan in de zomer, toen hij was aangekomen. Hij zag het naastgelegen kleine dorp en; hij zag torens. Dat ontroerde hem, omdat die torens lieten zien dat er buiten het kamp een vrijere wereld was en dat hield een belofte in. Toen viel hem een dichtregel in: 'De herfst bouwt veel kerktorens bij.' Hij isoleerde al zijn gevoelens in deze waarneming.
Hoe nu verder? Hij realiseert zich als vakman dat de regel op zich bevredigend is, 'geen poëtisch wereldwonder, maar als beginregel bruikbaar: voldoende plastisch, voldoende duidelijk en ritmisch van een zekere bekoring' en besluit de regel te handhaven. Hij telt vier jamben (met het anti-metrische accent op 'kerk' en een ordentelijk sonnet heeft vijf jamben. Hij voegt er aan toe: 'Zij rijzen' en bedenkt dat hiermee een enjambement is geschapen, maar dat vindt hij wel in orde omdat het in een sonnet het eindrijm verdoezelt. Allerlei overwegingen passeren de revue. (Ik kan de lezer de hele tekst aanraden. (De glanzende kiemcel)).
Ook Kopland heeft instructief geschreven over hoe gedichten tot stand komen.

Ik ken een dichteres die opdrachten aan mij vraagt en die tot mijn verbazing daar steeds weer eigenzinnige gedichten mee schrijft, gedichten die alleen zij kan schrijven en die op een verrassende manier steeds weer gaan over haar unieke situatie. Het is, zegt ze, een kwestie van concentratie en hard werken. Zij isoleert een kleine gebeurtenis, een beeld en geeft er door sfeertekening een algemeen menselijke betekenis aan. Isolatie eist van de lezer eenzelfde concentratie als de dichter heeft opgebracht. Met één keer lezen ben je er niet. Aandacht, geduld worden gevraagd en wie het geeft, wordt beloond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen