dinsdag 11 oktober 2011

Spiegelklanken




Een regel van Henriette Roland Holst: ' 't hart rustigend als de ogen flauwe glooiing' . In gewone omgangstaal: 'zachte heuvels maken de ogen en de geest rustig'. Het lijkt of de dichteres al een besef had van wat we nu spiegelneuronen noemen.

Na-apen heeft een nieuwe betekenis gekregen, voor aap en mens. Italiaanse onderzoekers vonden tien jaar geleden gespecialiseerde 'spiegelneuronen' in de hersenen van zowel apen als mensen die helpen bij het begrijpen van andermans gebaren. De theorie dat lichaamstaal aan praten voorafging in de evolutie van de mens is daarmee nieuw leven ingeblazen.
Ik herinner me nu een scène van meer dan vijftig jaar geleden. Mijn moeder kijkt naar een voetbalwedstrijd op de televisie en ze schopt steeds met haar been als de bal in de buurt van het doel komt. Ik kijk er met verbazing naar.

Het kan allemaal zo gebeuren omdat in ons brein de zogenaamde spiegelneuronen niet alleen zorgen voor imitatie, maar ook voor het invoelend beleven van medemensen, van voorspellen van hun gevoelens en zelfs doelstellingen. Zo zijn er proeven genomen waaruit bleek dat imitatie niet alleen uiterst belangrijk is, maar bovendien ook veel complexer en – paradoxaal genoeg – ‘intiemer’ en intelligenter dan Plato en Aristoteles – de eerste theoretici van de mimesis (nabootsing) – vermoedden.
Een persoon die hetzelfde doet als de persoon die hij ziet is niets bijzonders. Maar wat te denken van een persoon die bewegingen uitvoert terwijl het voorbeeld niets zichtbaars doet? Het systeem in de hersenen van apen en ook in de onze is in staat door inleving bewegingen te representeren. De neuronen die hiervoor verantwoordelijk zijn, kregen de naam 'spiegelneuronen'. Later sprak men preciezer over ‘interactieneuronen’.
Uit het bestuderen van hersenscans bleek dat proefpersonen die luisteren naar vrolijke muziek positieve gevoelens krijgen, terwijl sombere muziek donkere gevoelens tot gevolg hadden. Dit geldt ook voor tekst en in het bijzonder voor poëzie. Wil je als dichter dat je lezer je emoties deelt, moet je er voor zorgen dat in de tekst een 'beweging' wordt nagebootst.
Men sprak al lang in de poëtica's (de leer van poëzieregels) over klankexpressie en klanksymboliek. Een bekend voorbeeld waren twee regels van Jacques Perk die een onweer beschreef dat losbarstte in de Ardennen. 'Toen is het zwijgend zwerk uit-een-geborsten / en knetterende donders, slag op slag / verrommelden en gromden'. Hier hoor je in de klank het onweer.
Je kunt ook een beweging suggereren door de woordvolgorde. Ik mocht een maand lang verblijven in het huis van Adriaan Roland Holst. Elke morgen als ik naar beneden ging, voelde ik de vreemde, korte draai van de trap, en voelde ik me verbonden met de oorspronkelijke bewoner. Ik voelde steeds even de wankeling die hij gevoeld moet hebben. Die sensatie inspireerde tot een gedicht:


ARH later

Ik voel de lichte draai die het oude lichaam
van de dichter maakte als hij zijn trap
afdaalde, alleen, om naar beneden
te gaan, naar zijn stoel bij de tafel
de kleine tafel met foto's van geliefden
met bloemen, boeken, het kopje thee.

De wind waaide om het huis
wolken joegen langs, maar hij
zat onder de lamp te lezen
en was de draai vergeten
tot de volgende dag hij weer naar beneden
even steun zocht aan een rand.

De syntactische aarzeling van de voorlaatste regel en het enjambement weerspiegelen de lichte wankeling. De woorden laten je de beweging imiteren en het is of in je hoofd die beweging daadwerkelijk wordt gemaakt, ook al zit je op een stoel en houd je je benen stil. Het is de kracht van het woord dat jou de beweging laat voelen, dat de beweging representeert, waardoor er even een eenheid wordt geschapen tussen het woord van het gedicht en de lezer. Is dat niet wat de dichter wil?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen